St. George - Las Vegas


Het is vandaag 1 mei en dat betekent dat we vandaag 4 jaar getrouwd zijn. Dat moet uiteraard gevierd worden. We zijn op tijd uit bed gegaan, want ondanks de korte afstand hebben we genoeg te doen. We beginnen met een ontbijt bij Denny’s. dat tegenover ons hotel is gelegen We zijn toe aan een hartig ontbijt een bestellen een Grand Slamwich. Na een tijdje wachten krijgen we een reuze sandwich met ei, worst, kaas en bacon voor ons met een hele berg rösti. Zoveel aardappel hebben we de hele vakantie nog niet gezien. Er klop alleen iets niet. Ons hartige onbijt zit op een mierzoet broodje dat gebakken is in zoete boter. Beetje jammer dit. Mijn berg met aardappels krijg ik echt niet op. Hier moeten we voorlopig op kunnen teren. Voor de nodige portie vitamines bestellen we nog een smoothie bij Tropical Smoothie Café voordat we door rijden naar Vegas.

Zodra we St. George verlaten rollen we de berg af en komen we direct in de woestijn terecht. De temperatuur wordt steeds aangenamer en het landschap steeds kaler. De eerste mijlen rijden we door de bergen met hoge snelheid. Er staat aangegeven dat we in de bochten zachter moeten en vooral de vrachtwagens moeten opletten. Geen mens houdt zich er aan. De vrachtwagens rollen vaak met hoge snelheid de berg af en halen ons gewoon in. Voor het eerst zullen we sneller op onze bestemming zijn dan de navigatie aangeeft. Als we de bergen uit zijn wordt het landschap heuvelachtiger en de weg steeds rechter. Het is een heel saai stuk om te rijden. Op dit soort stukken moet je het zelf weer leuk maken om te voorkomen dat je in slaap zou vallen. Na zo’n honderd kilometer mogen we eindelijk afslaan richting Valley of Fire. Als je met 75 mijl door uitgestrekt landschap rijdt is 35 mijl een slakkengangetje. We rijden door kleine Amerikaanse boeren dorpjes. Bij het tankstation zien we de locale bewoners. Echte boeren die met elkaar in een dialect praten waar wij niks van verstaan. Ze dragen hier hele leuke bretels. Gisteren hadden we ook al iemand rond zien lopen met hele brede bretels die lijken op een meetlint. Jos wil ze ook hebben.

Als we bij Valley of Fire aankomen moeten we zelf het toegangsbewijs regelen door middel van een envelopje. In dit grote land waar zoveel automatisch gaat gebeurt er toch nog veel op goed vertrouwen. Wij betalen de toegang en willen de Elephant Rock zien. We hebben geen plattegrondje gekregen en weten niet zo goed waar we naar toe moeten. Eerst maar een bezoekje brengen aan het bezoekerscentrum waar het gigantisch druk is. Het lijkt hier eerder een nationaal park dan een state park. In de zomer is hier nauwelijks een mens te bekennen vanwege de hitte en vandaag is het een fantastische dag om te wandelen. De zon schijnt en het is een graad of 70 met een koele wind. We hebben het zelfs nog een beetje fris met onze korte broek aan. Met een plattegrond op zak rijden we een stukje terug om de Elephant Rock te bezoeken. Het is een kort wandelpad waarbij je een berg op klautert Als we zoeken hoe we verder moeten en waar die olifant nu is staan we er al met onze neus voor. We staan aan de verkeerde kant waardoor die niet zo goed zichtbaar is. We klimmen verder de berg op en hebben nu goed zicht op deze rots. Bij deze rots heb je niet zoveel fantasie nodig om er een olifant in te kunnen zien. We rijden verder over de scenic White Domes route en genieten van het uitzicht bij de parkeerplaats met de toepasselijke naam, Vista Point. De zon staat hoog aan de hemel en de rotsen hebben hier zoveel kleuren geel, rood en roze dat lijkt alsof iemand de verfpot erbij gepakt heeft. Bij parkeerplaats 3 zetten we de auto neer om te beginnen aan de wandeling naar The Wave. In de omgeving is een gelijknamige wandeling die veel zwaarder is en waarbij je een loterij moet winnen om een permit te krijgen zodat je er mag komen. Deze is een stuk toegankelijker. De wandeling is totaal 2.4 kilometer lang. Met genoeg water gaan we op pad. Het eerste stuk gaat door mul zand de heuvel af. We hebben prachtig uitzicht en er komt nog een kleur bij. Er liggen groene zandduinen. Deze zijn zo onnatuurlijk van kleur. Het is een vreemd gezicht. We dalen verder de heuvel af en komen al vrij snel terecht op de rots waarin een golvend patroon met witte lijnen in rode rotsen. Voordat we het weten hebben we het eindpunt bereikt. Dat was een makkelijkere wandeling dan wij verwacht hadden. Op de bekende Wave staat een arrogante, egoïstische Amerikaanse die er alles voor over heeft om de perfecte Instagram foto te maken. De haren zitten perfect, het perfecte sportpakje aan met een hip heuptasje en mooie zwarte hardloop schoenen. Ze commandeert haar vriendin die honderden foto’s moet maken voor het perfecte plaatje. Ik citeer haar: “Je moet geduld hebben om het perfecte plaatje te maken, daar heb je geen haast bij nodig”. Ondertussen wacht een hele mensen menigte op haar en zien we iedereen om ons heen net zo boos worden als wij. Het is echt genant en beschamend hoe zij zich gedraagd. Ze loopt hier niet voor haar eigen plezier rond, maar alleen om een zo mooi mogelijke foto te kunnen maken voor social media. Het is best zielig. Als ze eindelijk weg zijn kunnen alle andere mensen genieten van dit bijzondere landschap. We lopen terug naar de auto en rijden de rest van de scenic drive. Het park is mooi, maar anders dan in mijn beleving. De vorige keren waren we er hoog zomer aan het eind van de middag. De zon stond toen veel mooier op de bergen waardoor de kleuren heel anders leken. Vanwege de hitte was er niemand. Nu is het gigantisch druk en is het zoeken naar een parkeerplaats. Dat zal wel horen bij deze tijd van het jaar. Als je hier alleen wilt genieten moet je denk ik heel vroeg in dit park zijn. Dat zou ons nooit gelukt zijn.

We rijden terug naar de Interstate en zien al snel de grote stad Las Vegas voor ons verschijnen. We willen nog één bezoek brengen aan een Walmart Super Center om een fleecedeken met Mario te kunnen kopen, maar ook hier is deze niet te verkrijgen. Zwaar teleurgesteld verlaten we de winkel en rijden door naar ons hotel aan de Strip. Het staat mij nog bij van de vorige reis dat het behoorlijk lastig kan zijn om de weg te vinden. We hebben een goede navigatie, maar door wegwerkzaamheden raakt die af en toe het spoor bijster. Afritten volgen zo snel achter elkaar de navigatie het niet meer aan kan en we een paar keer verkeerd rijden. Als we op bestemming aankomen zie ik niks dat lijkt op ons hotel aan de strip. Jos had vanochtend het adres doorgegeven en getallen zijn niet echt zijn ding. Er ontbreekt één cijfer en nu staan we totaal ergens anders. Een huisnummer verkeerd invoeren heeft hier veel grotere gevolgen dan in Nederland. We moeten weer een stuk terug rijden en rijden nog een paar keer verkeerd. Het is gigantisch druk en het is goed opletten voor Jos. Hij doet het echt super goed! Eindelijk hebben we het Flamingo hotel gevonden. Nu moeten we nog op zoek naar waar we de auto moeten inleveren. Dit keer doen we het niet op het vliegveld, maar bij het hotel. In de parkeergarage is een speciaal gedeelte voor Hertz klanten waar we de auto mogen parkeren. We nemen alle tijd om de auto goed leeg te halen en zullen dit keer geen spullen laten liggen in de auto. Met wat creativiteit lukt het ons om alle spullen in één keer mee te slepen naar de receptie. Dat is nog een hele wandeling. We kunnen inchecken bij doe-het-zelf-pilaren. Uiteraard lukt dat bij ons niet en moeten we als nog aansluiten in de rij. Ik voel mij net een backpacker. Mijn rugtas in net een huis waar van alles aan bungelt. Ik houd de wacht over de spullen en Jos regelt een kamer op een zo hoog mogelijke verdieping en dat is nummer 21 geworden. Met al onze bagage moeten we het halve hotel door om bij de liften uit te komen. Uren laten bereiken we onze kamer. Het is een zeer ruime kamer met voor ieder een eigen bed. We hebben een enorme badkamer en grote ramen met zicht op de High Roller (reuzenrad) en het zwembad van het hotel. Met veel gedoe kan ik de gordijnen openen. Waarom zitten ze toch zo raar vast gemaakt? Even later vindt Jos een knopje waarvan we geen idee hebben wat het doet. Als ik het geluid hoor begint er een lampje te branden. Dit zijn de gordijnen die automatisch open en dicht kunnen. We maken ze weer goed vast en ja hoor daar gaan de gordijnen open en dicht. Het is een leuk speeltje. In de badkamerspiegel zit zelfs een TV. Het lukt ons niet om deze aan de praat te krijgen. Moe van het rijden, zoeken, lopen, sjouwen en wachten ploffen we neer op bed en genieten we van het uitzicht met een kopje zelf gezette koffie. Ik probeer één van mijn bijzondere koffiemelk smaken uit en ga voor de pumpkin spice. Misschien heb ik er iets te weinig van in gedaan, want ik proef er weinig van.

Als we voldoende zijn uitgerust gaan we op weg naar Ceasars Palace. In het hotel tegenover ons hotel zit een Cheesecake Factory. Daar gaan we cheesecake halen om te vieren dat we vier jaar getrouwd zijn. Het is een hele wandeling om er te komen en de wachttijd is 25 minuten. Het lijkt wel de Efteling. We kopen wel een stukje taart om mee te nemen. Het wordt de Caramal Pecan Cheesecake. Het is weer goed opletten en zoeken hoe we dit reusachtige hotel verlaten. Met wat herkenningspunten van de heenweg is het ons gelukt om de uitgang te vinden. Een bankje zoeken is ook lastig. De cheesecake is niet groot, maar wel enorm zwaar. Letterlijk en figuurlijk. Man, wat een hap is dit. Zelfs voor twee personen is dit veel. Eén stukje cheesecake bevat ook de helft van het totale calorieën dat je op één dag mag hebben. Na al deze zoetigheid zijn we toe aan een hartige avondmaaltijd. Na wat zoeken vinden we de Panda Express. Eén gerecht is alleen wel heel erg pittig. Zelfs Jos vindt het te pittig. We mengen het met de noedels om het iets te verzachten. Ik neem een lekkere grote hap van een aubergine en weet niet hoe snel ik het moet uittuffen. Het is geen aubergine maar en zwart geblakerde, gedroogde peper. Mijn hele mond brand en doet pijn. Ik kan flink wat hitte verdragen, maar dit is niet grappig. Jos had net wat drinken opgehaald om de hitte te blussen. Dat heb ik heel erg hard nodig. Mijn lippen branden en ik heb flink wat tijd nodig om bij te komen. Ze hadden wel mogen vermelden dat er pepers in zitten. Als de hitte een beetje weg trekt is mijn trek ook verdwenen. We gaan terug naar het hotel om uit te rusten zodat we vanavond nog even naar buiten kunnen. Meestal liggen we al om negen uur in bed. Als het donker is en alle lampjes mooi branden lopen we een stukje over de Strip. Een 7 kilometer lange weg met alleen maar bijzondere hotels, restaurants en casino’s. Wij lopen naar het Bellagio hotel om de fonteinen show te zien. Het is leuk om even gezien te hebben. Het water wordt met zoveel kracht omhoog gespoten dat het bijna klinkt alsof het vuurwerk is. Het is buiten heerlijk qua temperatuur. Je kunt nu veel makkelijker over de Strip lopen dan hoog zomer met 40+. Er hangt een bijzondere geur op straat van frituur en cannabis. Het stinkt hier nog harder dan in Amsterdam. Nog even en ik word zelf stoned van die lucht. In de hotels mag ook gerookt worden en ruikt het naar muffe sigaretten. Dit is de geur van Las Vegas. Een geur die mij totaal niet bijstaat van vorige reizen. Er lopen veel bijna naakte vrouwen rond over straat, zwervers, dronken mensen, toeristen, tokkies, zakenmensen. Alles loopt er rond. Er is genoeg te kijken. Onze oogleden hangen al op onze voeten om negen uur (voor ons gevoel al tien uur). Tijd om terug te gaan naar het hotel en lekker te gaan slapen.


Fotos



Naam:
Reactie: